Sinds 2021 is de startersvrijstelling opgenomen in de overdrachtsbelasting. Deze vrijstelling werd ingevoerd om de positie van starters op de woningmarkt te verbeteren en hield in dat de standaard 2% belasting werd kwijtgescholden voor huizenkopers onder de 35 jaar. De gedachte erachter was eenvoudig: verlaag de instapdrempel voor starters, die er op een oververhitte woningmarkt niet meer tussen komen. Max Löffler en Jonas Wogh van de Universiteit Maastricht onderzochten wat het effect van de startersvrijstelling was. Hun bevindingen in het kort: de maatregel leidde weliswaar tot aanzienlijk meer woningtransacties, maar slaagde er niet in om het totale aantal woningbezitters daadwerkelijk te verhogen.
Stijgend aantal woningtransacties – maar geen stijgend aantal woningbezitters
Het onderzoek laat zien dat het aantal transacties onder jonge kopers in de eerste drie maanden na de invoering van de startersvrijstelling weliswaar verdubbelde, maar dat deze stijging grotendeels een kwestie van timing was. Veel kopers haastten zich om in de beginperiode toe te slaan, omdat de vrijstelling toen nog geen prijsgrens had. Maar ook na die eerste drie maanden, toen de vrijstelling alleen nog gold voor woningen onder de €400.000, zorgden de meeste transacties niet voor nieuwe toetreders op de markt. In plaats daarvan had de startersvrijstelling vooral tot gevolg dat bestaande huizenbezitters doorstroomden naar een duurdere woning, en dat kopers hun geplande aankoop naar voren te schuiven, vlak voordat ze 35 werden. De onderzoekers schatten daarnaast dat 65% tot 90% van de belastingbesparing werd doorberekend in hogere huizenprijzen. Daarmee kwam een aanzienlijk deel van de subsidie – die bedoeld was om jonge kopers te helpen – terecht in de zakken van de verkopers.
Begunstigden van de startersvrijstelling zijn niet de starters
De winnaars van de startersvrijstelling blijken uiteindelijk niet degenen die de financiële steun het hardst nodig hadden. Voor de laagste inkomens bleef woningbezit, ook met de belastingvrijstelling, grotendeels onbereikbaar. Daarentegen profiteerden de allerrijksten ook niet – zij kopen kopen doorgaans huizen boven de prijsgrens van de startersvrijstelling. De belangrijkste begunstigden van het beleid zijn de huishoudens uit de hogere middenklasse.
Volledige referentie
Löffler, Max, en Jonas Wogh (2025). Supporting Young Homebuyers, SSRN Working Paper.